Pedagogisch beleid

Kinderopvang is meer dan alleen 'gezellig bezig zijn met kinderen'. Kinderdagverblijf ‘de 7 dwergen’ heeft, naast die van de ouders, een eigen opvoedingsverantwoordelijkheidIn onderstaande samenvatting geven wij in het kort aan het kader aan waarbinnen wij dit pedagogisch handelen vorm geven. Bent u geïnteresseerd in het volledige pedagogisch beleidsplan? Klik dan hier.

Pedagogisch beleidsplan
  
1. Het creëren van een veilige en vertrouwde omgeving 
Een veilige en vertrouwde omgeving is de basis van waaruit een kind zich kan gaan ontwikkelen. Het is dus belangrijk dat een kind zich thuis voelt in ‘de 7 dwergen’.
Ons kinderdagverblijf moet een plek zijn waar kinderen met plezier naar toe gaan. Voorwaarden voor een vertrouwde omgeving beginnen bij duidelijkheid voor de kinderen. Het kind moet weten waar het aan toe is. Daarom kiezen wij ervoor dat de kinderen de dag doorbrengen in hun eigen, vertrouwde groep met hun eigen, vertrouwde pedagogisch medewerkers. Verder is er een vaste dagindeling en zijn er duidelijke regels.
 
2. Zelfstandigheid en zelfvertrouwen 
De kinderen hebben er vaak veel plezier in om zelf iets te kunnen en wij vinden dit belangrijk. Dit begint al bij de baby’s en wordt afhankelijk van het niveau van het kind steeds onder toeziend oog van de pedagogisch medewerker verder gestimuleerd en uitgebreid.  
In de groepsruimten vindt je vrijwel al het materiaal op kindhoogte, zodat kinderen zelf kunnen kiezen en pakken. Ook wordt het in alle groepen gestimuleerd dat grotere kinderen de kleinere helpen. Zelfstandigheid speelt ook een rol in het contact met anderen. De pedagogisch medewerker laat het kind zoveel mogelijk vrij in dit proberen en ontdekken. Zij stimuleert dit door het geven van tips of het bieden van uitdaging. Zo leert het kind zijn persoonlijke kwaliteiten kennen en ontwikkelen.
 
3. De sociale ontwikkeling 
Binnen de groep is de omgang met elkaar heel belangrijk. De kinderen worden gestimu­leerd om elkaar te waarderen, te respecteren en rekening te houden met elkaar. De kinderen wordt geleerd dat ze niet alleen aan zichzelf maar ook aan anderen moeten denken. Ze worden serieus genomen en geaccep­teerd zoals ze zijn. Kinderen worden vrij gelaten of ze mee willen doen aan een bepaalde activiteit. Samen spelen vinden we belangrijk, maar er moet ook ruimte zijn om iets alleen te doen.  Door dit samen leven, samen spelen, dingen delen, elkaar helpen en van elkaar leren, leert het kind zijn sociale kwaliteiten kennen en te ontwikkelen.
 
 
 
4. De emotionele ontwikkeling 
We vinden het belangrijk dat de kinderen de gelegenheid krijgen om hun gevoelens zoals boosheid, angst, verdriet en vreugde te uiten. De pedagogisch medewerker zorgt dat zij er is voor het kind, dat er ruimte en ook tijd is te luisteren naar deze emoties. We nemen de gevoelens van de kinderen serieus. Het kind moet zichzelf kunnen zijn, maar we leren het kind ook waar de grens is, wat wel en niet kan. Het is belangrijk dat de pedagogisch medewerker, luistert, begrip toont, maar ook duidelijke grenzen stelt in de groep. Mocht het kind niet lekker in zijn/haar vel zitten, dan zal de pedagogisch medewerker de oorzaak van dit gedrag opsporen en, als het mogelijk is, wegnemen. Is er geen aanwijsbare reden, dan zal er gekeken worden naar een oplossing waar het kind zich het prettigst bij voelt.
 
5. De verstandelijke ontwikkeling 
Bij baby's begint de verstandelijke ontwikkeling met het vasthouden, proeven, kijken naar en bewegen van voorwerpen. Hierdoor leren de kinderen deze voorwerpen kennen en herkennen om vervolgens te leren combineren en het ontdekken van oorzaak en gevolg.
Naarmate het kind zich beter kan voortbewegen, gaat het steeds meer de wereld om zich heen verkennen. Afhankelijk van waar het kind aan toe is wordt er door de pedagogisch medewerker steeds iets nieuws aangeboden. Ook krijgt het kind tijd en ruimte om zelf op ontdekkingstocht te gaan. Om zo zelf uit te vinden waar het plezier in heeft of waar het goed in is.
Het ontwikkelingsmateriaal staat bij elkaar in aparte kasten en hoeken waar de kinderen zelf bij kunnen. Zo zijn er rustige, overzichtelijke plekken om te werken en zodat zij niet gestoord worden door activiteiten van andere kinderen. In de groepen wordt regelmatig met thema's gewerkt om zo dieper op een bepaald onder­werp in te gaan.
 
Een belangrijk onderdeel van de verstandelijke ontwikkeling is de taalontwikkeling.
De kleinste baby's reageren al op het praten van de groepsleiding door zelf ook geluidjes te maken. Het kind wordt gestimu­leerd tot praten door iets te vertellen en/of de vragen van de groepsleiding te beantwoor­den. Bij de wat oudere kinderen horen daar de groepge­sprekjes bij. De groepsleiding blijft zo alert op de taalontwikkeling van de kinderen.
 
  
 
 6. De motorische ontwikkeling 
De motorische ontwikkeling kunnen we splitsen in de ontwikkeling van de grove motoriek (bijv. leren omdraaien, zitten en lopen) en de fijne motoriek (puzzelen, tekenen enz.). De motorische ontwikkeling gaat heel snel bij jonge kinderen. Ieder kind doet dat in zijn eigen tempo, de één is daar actiever in dan de ander. Wanneer we zeker weten dat het kind qua ontwikkeling een stapje verder zou kunnen zijn, geven we het een extra prikkel in de goede richting. En wat is het kind enorm trots als het weer iets nieuws kan!
 
Bij allerlei activiteiten worden de fijne en grove motoriek geoefend. De fijne motoriek wordt geoefend bij bijv. het knutselen, verven, puzzelen en/of spelen met construc­tiemateriaal, aan- en uitkleden en eten en drinken. De grove motoriek wordt geoefend bij het rennen, fietsen, klimmen enz. Verder hebben we natuurlijk een buitenspeelplaats met allerlei speelmateriaal.
Wij moedigen kinderen aan zelf hun motorische problemen op te lossen. Het kind leert te vertrouwen op zijn eigen vaardigheden.
 
7. De creatieve ontwikkeling 
Wij stimuleren de creatieve ontwikkeling van de kinderen door ze allerlei verschillende materialen en activiteiten aan te bieden en ze te laten ontdekken wat je daarmee kan doen. Onder creativiteit verstaan we niet alleen het doen van allerlei handarbeidactiviteiten maar ook het doen van kringspelletjes, spelletjes aan tafel, het maken van- en luisteren naar muziek en bezig zijn met fantasiespel.
Dit soort activiteiten vinden meestal plaats met kleine groepjes of individueel. Het is leuk om te zien hoe de kinderen de verschillende eigenschappen van materialen ontdekken en trots zijn op hun eigen werkjes! Bij alle groepen wordt er met thema’s gewerkt zoals de jaargetijden, Sinterklaas, Kerst, zomerfeest enz.
 
8. Omgaan met normen en waarden 
De meeste normen en waarden worden spelenderwijs aan de kinderen meegegeven,  waaronder:
  • waarderen en respecteren van jezelf en van anderen
  • sociaal zijn
  • eerlijk zijn
  • zorgvuldig omgaan met spullen
  • respect voor privacy
Door het geven van het goede voorbeeld leren kinderen veel. Wij moeten soms grenzen stellen aan wat kinderen mogen. Deze grenzen moeten duidelijk zijn voor de kinderen en worden uitgelegd.
De kinderen worden gestuurd door beloning van gewenst gedrag en negeren van ongewenst gedrag. Bij onenigheid tussen de kinderen wordt het zelfoplossend gedrag gestimuleerd. Pas daarna zal de groepsleiding ingrijpen. Natuurlijk houdt zij in de gaten of haar hulp hierbij nodig is. 
 
 
 
9. Visie spelactiviteit 
In het basisonderwijs wordt in steeds meer kleutergroepen volgens de principes van Startblokken-Basisontwikkeling.
Kinderdagverblijf ‘de 7 dwergen’ wil elementen van Startblokken-Basisontwikkeling toepassen om zo kinderen extra te stimuleren in hun groei en ontwikkeling.
Hierbij wordt de spelactiviteit als uitgangspunt genomen. Op de pagina Visie spelactiviteit wordt uitleg gegeven over hoe wij hiermee omgaan.